Thuis pagina

contact met Salon Zonneveld

ARIE ZONNEVELD 1905 - 1941

Arie vermeldingen

Catalogus

Van Het Westelijk Front Geen Nieuws

Annie Simonis 1907

Piet Zonneveld 1908

Kees Zonneveld 1912

informatie bronnen :Ontstaan Copyright

the value of a Arie Zonneveld woodcut HISTOTY

-

Salon Zonneveld seizoen 8

-

-

-

-

1939 mei
ONS KORT VERHAAL
 
DE PRACHTIGE KANS
 
 

Barend zei: "Als die ouwe niet happen wil, dan moet je Teddy eens in den arm nemen.
 
Die vindt er wel wat op."
Teddy was Carolientje d'r jongere broertje en "die ouwe", dat was d'r pa, die van in levens. dagen niet zijn vaderlijken zegen zou schenker (Barend noemde dat ,.happen ) aan het jonge geluk van Carolientje en mij .
Ik was geen partij voor zijn dochter, veel te ordinair en ik had op mijn vingers kunnen natelen, dat het nooit iets zou worden.
Ik had dan ook niet naar Barend's raad moeten luisteren, want hij kan reuze zwammen, maar dat is 't hem juist.
Hij kan zo wanhopig onzin staan kletsen, dat je tenslotte maar belooft zijn zin te doen om van hem af te zijn.
De eerstvolgende zondag nam ik Teddy dus eens terzijde en beloofde hem een rijksdaalder, als hij er wat op zou vinden.
Laat dat maar aan mij over.
Dat komt best in orde meneer," zei deze veel belovende spruit welgemoed.
Uit het feit. dat hij ,.meneer" zei tegen den vrijer van zijn zusje blijk wel, dat hij nog een kleine jongen was.
Intusschen vlotte het met Carolientje en mijn persoontje best dien Zondag.
D'r ma was niet thuis, d'r gevreesde pa sliep den slaap des rechtvaardigen.
Teddy was in geen velden of wegen te: zien en daar er geen andere aanwezigen waren, zaten zij en ik heerlijk op den schommelende bank voor het huis.
 
Den Haag 1939
 
Wat er de eerstvolgende kwartieren gezegd werd gaat niemand aan.
Trouwens, de discretie gebiedt mij hieraan stilzwijgend voorbij te gaan.
Genoeg zij, wanneer tI weet, dat Carolientje op een gegeven ogenblik verlegen zea: ,Daar kaa ik nu heusch nog. geea aatwoord, op geven en" bovendien... pa...
"O," zei ik, ,.laat dat maar aaa mij over." ,.Maar hij za1 het nooit goed vinden.
Dat komt best in orde." meende ik, steunende op de kersversche belofte van Teddy, ..ik zal op het geschikte ogenblik wel eens met hem gaan praten.
Op dit moment zag ik het hoofd van Teddy om den hoek van het huis verschijnen, terwijl hij me zenuwachtig wenkte.
Op zijn opgewonden gezicht stond de victorie al geschreven.
Ik excuseerde me dus een ogenblikje tegenover Carolientje en liep haar broer na.
Deze was van spanning niet in staat om veel te zeggen, maar hij duwde me een sleutel in mijn hand en voerde mij naar den achterkant van het huis, terwijl hij fluisterde, Een pracht van een gelegenheid."
Bij den hoek van het huis gaf hij me opeens een flinke duw, zodat ik plotseling voor den kippenren stond.
Zoo schoft... idioot... doe je open." klonk me onmiddellijk als een begroeting vanuit den ren
tegemoet, en daarna volgden nog meer aardige dingen.
Het was inderdaad Carolientjes vader, die: daar in gebukte houding (de ren was te laag om rechtop te staan) achter het gaas liep.
Ik vond hem opeens vrij onbeleefd en achtte het niet het geschikte moment om een onderhoud te beginnen.
Ik zei dus beleefd: ..Pardon meneer, maare.....
Wat sta je daar te maren. vlegel.
Ik zal je leren me in mijn kippenhok op te sluiten als ik de eieren eruit wil halen."
Maar meneer, ik... eh...'.
"Jou aap." gilde de meneer," je maakt me bespottelijk voor de heele buurt en je hebt den sleutel nog in je hand.
Maak open, dan kan ik je tenminste een pak rammel geven......"
Daarna volgde nog een woordenstroom, waaraan ik weer vanwege de discretie stilzwijgend voorbij moet gaan.
En intusschen stond het schuim haast op zijn lippen, terwijl hij als een roofdier in zijn kooi heen en weer liep.
Alle kippen waren angstig in het nachthok gevlucht.
Ik wilde hem juist vertellen,        dat ik op dat pak slaag geen prijs, stelde en het dus veiliger achtte hem nog wat te laten zitten, totdat hij bedaard was, toen hij langs me heen kijkend hulp scheen te ontwaren en heesch kreet: "kom hier!"
Het was Carolientje. "Ja vader, ik kom al." zei ze. In een ogenblik overzag ze de situatie, maar tot mijn grote schade niet geheel juist.
Want ze keek me met een ijskoude blik en snerpte: "Zoo, dus jij wilde vader op deze manier iets afdwingen he? Lafaard!" en toen gaf ze mij een keiharde klap op mijn wang.       
Ze moet heel kwaad geweest zijn, want ik voelde het den volgende dag nog.
En toen Teddy me mijn hoed en wandelstok na kwam brengen, die ik bij mijn haastigen aftocht vergeten had, zei hij nog: .
Wat jammer he meneer; het was toch zo'n prachtige kans.
GEZET.

 

[Thuis pagina]