Thuis pagina

contact met Salon Zonneveld

ARIE ZONNEVELD 1905 - 1941

Arie vermeldingen

Catalogus

Van Het Westelijk Front Geen Nieuws

Annie Simonis 1907

Piet Zonneveld 1908

Kees Zonneveld 1912

informatie bronnen :Ontstaan Copyright

the value of a Arie Zonneveld woodcut HISTOTY

-

Salon Zonneveld seizoen 8

-

-

-

-

1937 september
ONS KORT VERHAAL
 
Een oudejaarsavond verhaal / Zwart Wit
 
 

Zwart was het jaar, dat, nu achter hem lag, wit, als een onbeschreven blad papier het jaar, dat straks zou beginnen.
 
Donker was het verleden,  licht de toekomst…  als Adéle Goudklomp nu vanavond maar "ja zei.
Dus besteedde hij de uiterste zorg aan zijn toilet in zwart en wit.
Pietje Leenmans hield ervan zich netjes op te doffen, zoals menschen doen, die, wanneer ze zich zouden kleden in overeenstemming met de werkelijke stand hunner financiën, hoogstens in een badpakje rondliepen.
Als juffrouw Goudklomp nu in het geel was.
Die kleur zag hij zoo graag en het kleurde zoo mooi bij zijn zwart en wit.
Ze kwamen trouwens heelemaal zoo goed bij elkaar. 
Hij, met zijn zwarte schuldenlijst en zij met haar maagdelijk blanke chequehoek: hij met zijn nooit voltooide studie en zij met haar rijke pa.  O. ja. ze zouden heusch een prachtpaar zijn en ze zou wel ,,ja zeggen,  anders had ze Piet Leenmans haar oudejaarsavond toch niet beloofd.
Toen zijn uiterlijk tot in de puntjes verzorgd was, lachte Piet vriendelijk tegen de spiegel en bestelde een taxi.
Eerst naar Jan, die werd altijd "oome Jan genoemd, omdat hij overal goed voor was.
"Ik ben blut hoor,'' begroette oome Jan zijn vriend, nadat hij diens mooie uniform had opgemerkt.
,,Toch op vijftig pop na?''  "Vijftig? Ben je heelemaal gek? "
,,Nou, dan zal ik bescheiden zijn. Doe er de helft af.''
,,En ik maar wachten he?   Tot je de honderdduizend eens wint!" 
"Nu,  heusch, nou krijg je gauw alles terug.  Vast en zeker'.''
,,Komt het schip met dubbeltjes dan!"
.,Daar wacht  ik maar niet op.
Ik ga rijk trouwen.
Adéle Goudkamp heet ze, man, en een bankrekening om van te ijlen.
Zoodra we getrouwd zijn, krijg je alles terug.
Ik ga ze straks vragen."
Enfin, Pietje zou geen Pietje Leenmans geheten hebben, als hij niet met vijf en twintig gulden was vertrokken om het Goudklompje af te halen.
Juffrouw Goudklomp was in 't groen.
Ze had,, weinig om 't lijf", maar zag er lief uit.
Het was dan wel de kleur van het goud, die Piet zoo graag zag, maar het was in elk geval hoopvol.
De oudejaarsavond bij ,,Deat'' werd werkelijk prachtig.
Het Goudklompje danste geweldig en Piet tracteerde haar rijkelijk, in het heerlijke vooruitzicht zijn schulden toch spoedig gemakkelijk te kunnen voldoen.
Tegen het einde van het jaar werd  Adéle dan ook allerliefst.
Ze keek haar Piet tusschen haar wimpers door aan over het tafeltje. waarop ze met de mooie bloote elleboog steunde, en zei droomerig.
Het  is vanavond oude jaar, hé Peter?"
,,O ja?
,,Ja, en dan word ik altijd zoo sentimenteel.
,,O ja meid?''
Schiphol 1937
 
Pietje voelde het bloed in zijn slapen bonken.
,,Ja, Peter, en nou moet ik je wat bekennen.''
Pietje greep teeder haar mooie pols en deed vergeefsche pogingen den keurigen kellner weg te kijken, die de zoo juist bestelde lafenis kwam brengen.
Dat alles zoo gemakkelijk zou gaan had zelfs Piet Leenmans niet durven hopen.
,,Ja, ik moet je wat bekennen.
Ik heet namelijk heelemaal geen Adéle Goudklomp.''
,,Ach kind, al heette je Mietje; als je maar een boel van me houdt".
He, bijna had hij wat anders gezegd.
"Ja, en dat is het juist.
Daarom kon ik je niet langer voorjokken.
Ik heet maar gewoon Jaantje Poover."
,,Ach Jaantje.
Houd je dan heusch een beetje van me?''
,,O ja, een heeleboel.
Nee zeg, en ik ben heelemaal niet rijk ook.
Ik heb geen cent, maar toch houd ik een boel van je, hoor.''
Boem...!! ...Neen, toch niet.
Pietje was niet flauw gevallen.
Hij zat nog een tafeltje bij ,,Dear'' en hij hield nog een mooie meisjeshand in de zijne.
Nog keek ze hem even verliefd  aan door de sigarettenrook, maar toch was de heele wereld opeens anders.
Haar geverfde mondje zei nog steeds lieve woordjes en nog noodden haar lipjes.
Maar o wee, die rekening, die de keurige ober straks zou aanbieden: en  oome Jan, die z'n vijf en twintig pop hebben moest; en de taxi, die straks voor zou komen en nog betaald moest worden; en de zonnige toekomst, die met een slag vernietigd was. Hoe! Hoe van dat alles af te komen?
,,Zeg jij nou ook eens wat.
Ben jij heusch ook verliefd?" stoorde Jaantje Poover zijn gepeins.
,,O, reusachtig.
Ik ben er gewoon van in de war.''
Dit laatste loog hij niet.
,,Maar nou moet ik jou ook iets bekennen."
,,Zeg jij maar alles aan je Jaantje, hoor!''
,,Nou ik heb mijn portemonnaie vergeten.
Zou jij me voor vanavond niet wat willen helpen?
,,Maar Peter, ik heb je toch gezegd, dat ik geen cent heb.
Ik heb voor mijn laatste geld deze japon gekocht, omdat ik mooi wilde zijn voor jou.
"O jé, wat moeten we dan doen?''
Nu kreeg Pietje het heusch benauwd.
Hoe hier met goed fatsoen vandaan te komen, zonder de geleende vijf en twintig pietermannen achter te moeten laten in de handen van dien onbescheiden kellner.
De vent had het waarachtig niet noodig, zoo keurig als hij er uit zag.
De muziek werd nu tegen twaalf uur ook sentimenteel en speelde plagerig ,,Er waren eens twee Koningskinderen."
,,Hi. Hi!'' gichelde Jaantje opeens.
,,Nu lijkt het net komische film.''
,,Wat je komisch noemt." Bromde de booze Piet terug.
,,Ja, hé?
En nu moet alleen de rijke oom nog komen, die het happy end eraan maakt, door het verliefde paar op zijn kosten te laten trouwen.''
,,Verrukkelijk."
.,Ooooo!" gilde ze eensklaps als een stoomfluit in de deftige vroolijkheid van ,,Dear''.
,,Daar is de rijke oom.
Inderdaad kwam daar een man in avondk1eeding op hen af stormen.
Maar naar de woedende blik van zijn schoteltjes - oogen en zijn gebalde vuisten te oordeelen, scheen hij niet van plan het jonge paar een happy end te bereiden.
"Mijn voogd` kon jaantje haar cavalier nog net inlichten.
Toen had een sterke roode hand ons Pietje reeds hij zijn witte boordje en één hem ergens hij zijn zwarte smokingbroek te pakken, terwijl de eigenaar hem toesiste: ,,Ik zal je leeren meisjes het hoofd op hol te brengen."
"Niet meer noodig meneer, probeerde Piet nog beleefd tilt te leggen.
,,Dat kan ik al.''
Maar zijn woorden gingen verloren in het rumoer van den brieschenden voogd en van vallende stoelen en glazen.
In het voorbij gaan kon Pietje nog juist zijn jas en hoed uit de handen van den behulpzamen kellner grissen en toen planeerde hij met elegante zwaai tot vóór de stoep van .,Dear".
Twaalf zware slagen dreunden ergens van een toren en sirenes en vuurwerk luidden een nieuw jaar in.
Zwart en wit, dat was de kleur van de sterretjes, die Peter Leenmans aanvankelijk voor z'n oogen zag draaien.
Besmeurd was zijn smoking, gekreukt het stijve front.
Zwart was het afgesloten jaar geweest en zwart, zwart, zwart was de toekomst.
Maar oome Jan kon zijn vijf en twintig pop terugkrijgen.
Of toch maar niet?
CZ.

 

[Thuis pagina]