Thuis pagina

contact met Salon Zonneveld

ARIE ZONNEVELD 1905 - 1941

Arie vermeldingen

Catalogus

Van Het Westelijk Front Geen Nieuws

Annie Simonis 1907

Piet Zonneveld 1908

Kees Zonneveld 1912

informatie bronnen :Ontstaan Copyright

the value of a Arie Zonneveld woodcut HISTOTY

-

Salon Zonneveld seizoen 8

-

de Joekels

-

-

-

1937 12
ONS KORT VERHAAL
 
EEN KERSTVERTELLING / Dromen
 
 

Even een gerinkel van brekend glas... dan was het weer stil.
 
Een koude wind joeg natte sneeuwvlokken door den nacht en om Spengler's vliegtuigenfabriek.
Heel voorzichtig stak Kurt Weber zijn arm door het gat, dat hij juist had gemaakt in het raampje van een der achterdeuren en schoof den knip weg.
Toen greep hij aan den binnenkant den knop en opende behoedzaam de deur.
Alles bleef stil.
Heel in de verte luidden de kerkklokken.
Goed, dat hij den Kerstavond voor zijn plan had uitgekozen.
Was Spengler anders al zorgeloos met de bewaking, vanavond zou er wel in geen geval iemand komen.
Binnengekomen sloop Kurt geruischloos verder.
Hij kende den weg hier en wist waar hij zijn moest.
Als spookachtig onbeweeglijke reuzenschimmen herkende hij vaag de omtrekken van onwezenlijk zwevende vliegwielen en drijfriemen.
Daar achteraan was al de trap naar de kantoren en tekenkamers.
In deze vreemde stilte kraakte elke trede luidop onder zijn bedachtzame stappen.
Boven was het volkomen duister, maar de nachtelijke indringer zocht op den tast zijn weg naar het privé-kantoor.
Daar moest hij zijn.
Even knipte hij zijn lantaarn aan om den juiste sleutel aan den ring te kunnen vinden.
Nu 't licht weer uit.
Alles doodstil.
 
Deur zonder piepen open... weer dicht.
Zo, nu de grote kast met de tekeningen. 't Was kinderwerk.
Weer even 't licht aan.
Deze sleutel. Zo.
De stalen deur knarste leelijk, maar dat kon nu toch geen kwaad.
Niemand die hem hier zou betrappen.
Bij het uitzoeken van de tekeningen merkte Kurt toch, dat de lantaarn in zijn hand trilde.
Dat kwam natuurlijk door al die klare, die hij gedronken had.
Maar zonder die hartversterking had hij dit toch niet kunnen doen.
Was hij bang? Hij? Kurt Weber? Neen, dat niet.
Hij was vlieger, hij had in den oorlog deel uitgemaakt van het befaamde Richthofer - eskader.
Drie maal was hij omlaaggehaald en hij had er nog een stijve heup van over.
Neen, om Kurt Weber bang te maken moest er nog wat anders gebeuren.
Hij was invlieger bij Spengler, een van diens meest vertrouwden, en nu ging hij van dat vertrouwen misbruik maken om hem te bestelen.
Nu ja, het was hem niet om geld te doen, maar hij voelde heel goed, dat deze verontschuldiging niet opging.
Wat hij hier wegnam, daar gaf Spengler zelf ook veel meer om dan om een paar duizend mark.
Dat had hij uitgebroed in maanden van hard werken, in lange slapeloze nachten.
Het waren de werktekeningen van Spengler's nieuwe sportvliegtuig, misschien de eerste Duitsche machine zonder uitwendige verspanning en met geheel multiplex betimmering.
Want het was nog kort na den wereldoorlog, midden in den grooten jacht naar records en successen, die toen in de vliegtuigindustrie plaats had.
De prestaties van de Duitsche vijfdekkers, waarin de ingenieurs langen tijd geloofd hadden, werden den laatsten tijd door machines uit andere landen verre overtroffen en om in dit stadium de constructeurs tot een uiterste krachtinspanning aan te zetten, had het Rijksluchtvaartministerie een groote wedstrijd uitgeschreven met belangrijke prijzen voor de Duitsche machine, die de beste prestaties zou verrichten.
En Erich Hemke had besloten, dat hij het zou zijn die beslag op den eersten prijs zou leggen.
O, Hemke was geen droomer: gemerkt moest er worden om het zo ver te brengen.
Moeite noch kosten werden gespaard.
Studiereizen naar Frankrijk, Amerika, Engeland en Nederland, waar modellen en tekeningen werden gecopiëerd: spioanage in alle groote concurreerende fabrieken.
Hij was er verzekerd van, dat niets nieuws op het gebied van de moderne vliegtuigbouw onder de " zon zou komen, zonder dat hij het direct kon onderzoeken, beproeven en zo nodig toepassen.
Totdat hem het gerucht bereikte van de geheimzinnige kist, die bij Spengler gebouwd werd.
Daar van werd het wonderlijkste verteld en de ongelooflijkste cijfers genoemd.
Een geheel nieuw principe.
Daar moest Hemke het zijne van hebben.
Maar de ontwerpen en de bouw van deze kist, geschiedden zo in het geheim, dat het hem nog heel war hoofdbrekens zou kosten om daarin door
te dringen.
Maar toen kwam het geluk zich in eigen persoon bij hem aandienen, en wel onder den naam van Kurt Weber.
Kurt Weber? Waarvan kende hij dien naam ook weer? O, ja, Richthofer - Eskader, thans invlieger bij Spengler.
He, wat zou die moeten?
Komt iemand van het Richthofer - Eskader soms zijn eigen werkgever aan hem verkoopen? Och, dat hebben die jongens natuurlijk in den oorlog geleerd.
Laat hem maar eens binnen.
Maar Kurt kwam niet bij Hemke om zich als verrader aan te bieden.
O neen, hij was vlieger in hart en nieren.
Hij hield ervan om met zijn daverende motor weer en wind te trotseeren, maar van den handel had hij geen verstand.
Hij wist niets van de kuiperijen en omkooperijen in de vliegtuigindustrie en hij kwam in al zijn argeloosheid juist in dezen gevaarlijken tijd bij den grooten Hemke, om hem de hand van zijn dochter te vragen.
Aha, mooier kon het al niet.
Onmiddellijk was het duivelsche plan in Hemke's brein gerijpt en hij had den armen jongen de duimschroeven aangezet.
Wat gaf het, of Kurt er al verontwaardigd over was, dat hij zijn dochter slechts als bruid wilde geven tegen de teekeningen van Spengler's machine?
Was zij hem dat soms niet waard?
En bovendien bood hij hem een schitterende toekomst daarbij aan.
Maar Kurt wilde niet.
Niet met verraad wilde hij zijn bruid verdienen.
Hoor eens hier, jongen." zei Hemke. "jij wilt als een man mijn dochter winnen, zeg je? Welnu, jij :zult in den oorlog toch ook het droomen wel verleerd hebben en weten, dat je ervoor betalen moet als je een vrouw wilt hebben!
Ik heb je den prijs genoemd.
Als je me die brengt, kan je mijn dochter krijgen.
Maar denk erom, na Nieuwjaar is 't te laat.
Tot ziens."
Ziedend van verontwaardiging was Kurt toen weggegaan.
Toen was het October.
Nu begonnen de Kerstklokken te luiden.
Wie kon vermoeden, wat hij in deze twee maanden had doorgemaakt?
Honderde malen had hij de woorden van den ouden Hemke herhaald: "Jij zult in den oorlog toch ook het droomen wel verleerd hebben.
Ik heb je den prijs genoemd."
Wel tien maal had hij geprobeerd een onderhoud met hem te krijgen, doch de oude bleef onwrikbaar.
Welnu, ja, in deze twee maanden had hij inderdaad het droomen verleerd.
Het was nu Kerstmis, het Kerstfeest moest goed voor hem worden, maar zonder droomen.
Hij betaalde met zijn geweten voor de vrouw, die hij beminde.
Op deze manier zou hij zorgen, dat dit Kerstfeest ook voor Hilde toch licht en goed wend.
Hilde zat bij ..Scholz" met haar thé complet en wachtte.
Natte sneeuwvlokken plakten tegen de ramen en zakten dan smeltend door de warmte daarbinnen hoe langer hoe vlugger naar beneden.
Maar steeds weer nieuwe sneeuwvlokken kwamen zich tegen de ruiten plakken.
Verveeld wierp Hilde een blik op haar kostbare horlogetje en keek dan weer naar de opgetuigde Kerstboom, die bij het orkestje stond, vreemd aandoend hier tusschen walsen en bostons.
Een beetje Kerststemming was hier gemaakt met dennegroen en rood papier, maar het leek Hilde alles zo gekunsteld.
Ja, zij wist wel, dat Kerstmis licht en goed moest zijn, maar op 't oogenblik had niemand meer behoefte aan wat licht en goedheid dan juist zij.
Ze wachtte op Kurt en dacht aan hem, en onderwijl was ze jaloersch op al die menschen, die daar lachend en tevreden konden ronddraaien over den dansvloer.
O, hoe walgde ze van den rol, die haar vader haar liet spelen en opeens, nu in het licht van het Kerstfeest, hoopte ze maar, dat Kurt zich goed zou houden, dat hij de man zou blijven die hij was en niet zou vallen.
Die vervloekte vliegmachine, die eenvoudig hun geluk in den weg stond.
Ze hield van Kurt, juist omdat hij zo'n strijd voerde over den prijs, die zij hem moest kosten.
Maar hij moest zich goed houden.
Ze had er genoeg van om het aas te zijn, dat hem in de val lokte.
Was hij teveel man, om een zo schandelijken prijs voor haar te betalen, welnu, dan kon hij haar zo krijgen, ook zonder den wil van haar vader.
Want zo hield ze van hem, van den man Kurt, die standvastig en eerlijk was en opeens zag ze, dat ze hem zou verachten, zou haten wanneer hij om harentwil zou vallen.
Arme, arme jongen.
Wat had hij een strijd doorgemaakt terwille van haar.
Maar in haar hart beloofde zij hem, dat er nu gauw een einde aan zou komen.
Wat was hij flink gebleven.
"O Kurt," dacht ze, ..ja, zóó hou ik van je.
Liever dat je in staat bent mij op te offeren voor je eerlijkheid, dan dat je je eer voor mij vergooit.
Ha, daar komt hij eindelijk.
Ze ziet zijn groote gestalte al over de dansenden heen.
Met groote passen komt hij naar haar toe.
Zijn ogen lijken wat roodomrand door de kou buiten.
Wat trekt hij toch met zijn been door die stijve heup.
Plotseling schrikt Hilde.
Kurt heeft iets in zijn hand, een groote rol, waarmede hij haar vrolijk toewuift.
Hij loopt onzeker.
,,Kurt!!"
,.Dag kind." zijn stem klinkt dik en opgewonden. .,kind, Hilde, ik heb wat moois meegebracht.
Het wordt nu voor ons ook echt Kerstfeest.
Nu krijgen we je vader wel.
Kijk eens..."
En hij wil de rol gaan uitpakken.
Maar Hilde slaat wild naar zijn hand.
Ja, werkelijk het geeft niet of hij het voor haar deed en wat het hem kostte.
Ze kan niet denken.
Hij is dronken ook.
Ze walgt van hem.
"Verrader", sist ze tusschen haar mooie tanden.
Dan valt ze voorover over haar armen op het versierde tafeltje om te gaan snikken.
Maar neen, ze beheerscht zich nog.
Ze rent weg, dwars over den dansvloer naar de garderobe en is weg.
Langzaam slentert hij weq met zijn trekbeen en laat de tekeningen maar bij ..Scholz" staan.
 
C. ZONNEVELD

[Thuis pagina]